4.1 Diagnose

Diagnose bestaat altijd uit een aantal elementen:

•Anamnese: klachten + relevante blootstelling; (zie bijlage 3, Uitwerking anamnese, blz. 42)
•Lichamelijk onderzoek;
•Spirometrie. Als afkappunt voor het bestaan van COPD hanteren we in deze versie van ons protocol de Lower Limit of Normal. Deze manier van diagnosestelling houdt rekening met het natuurlijk verlies van functie van de longen met het stijgen van de leeftijd. Een dergelijk dynamisch afkappunt verkleint het risico op onderdiagnostiek van jongeren en overdiagnostiek bij ouderen. Het ligt in de verwachting dat dit criterium in de volgende NHG-standaard wordt opgenomen;
(zie bijlage 4, Protocol spirometrie afnemen, blz. 43)
(zie bijlage 5, Onderhoud, reiniging en ijking spirometrie, blz. 45);
•(bijna altijd) X thorax;
•Een voldoende lange periode van adequaat behandelen waarna definitieve beoordeling (het komt geregeld voor dat vermeend COPD eigenlijk onbehandeld astma is.

Gold criteria: 
•FEV1/FVC>LLN: géén COPD
•FEV1/FVC<LLN en FEV1 > 80%voorspeld Gold I
•FEV1/FVC<LLN en FEV1 50 - 80% voorspeld Gold II
•FEV1/FVC<LLN en FEV1 30 - 50% voorspeld Gold III
•FEV1/FVC<LLN en FEV1 <30% voorspeld Gold IV

(zie bijlage 6, COPD Gold classificatie, blz. 46)

© 2019 Steunpunt KOEL