1.1. Aanleiding

Het aantal patiënten met COPD zal in de komende jaren fors toenemen waarbij de WHO berekend heeft dat COPD in 2015 zal opklimmen tot de derde doodsoorzaak mondiaal. Het percentage mannen met COPD is vanaf 1990 tot 2006 licht gedaald. Het percentage vrouwen is tussen 1984 en 1994 verdubbeld. De verwachting is dat als gevolg van de vergrijzing en het rookgedrag in het verleden het aantal patiënten tot 2025 met ongeveer 38% zal toenemen. De toename zal zich voornamelijk onder vrouwen voordoen, omdat zij tussen 1950 en 1970 meer zijn gaan roken. Ook lijken vrouwen meer gevoelig voor de effecten van rook. Naar schatting lijden 1 miljoen Nederlanders aan COPD, terwijl pas 350.000 mensen in Nederland gediagnosticeerd zijn. COPD-patiënten zullen een slechtere kwaliteit van leven hebben dan leeftijdsgenoten: er bestaat een neergaande spiraal in kwaliteit van leven. Ook blijkt dat het zorggebruik van patiënten met COPD aanzienlijk hoger ligt dan het zorggebruik van de algemene bevolking. De ziekte COPD vormt door een stijgende morbiditeit en mortaliteit een toenemend probleem. Hierbij is een bijkomend probleem: er blijkt onderdiagnostiek en onderbehandeling te zijn op het gebied van astma en COPD. Daarnaast is COPD een aandoening die door meer dan alleen de dimensie van de longfunctie wordt bepaald. Ziektelast en morbiditeit worden ook in belangrijke mate bepaald door afwijkingen buiten de longen. De zorgstandaard geeft dan ook terecht aan dat de benodigde interventie bij COPD eerder moet worden bepaald door de ziektelast van de patiënt dan door de longfunctie. Om deze in kaart te brengen zijn een aantal andere meetinstrumenten ontwikkeld die een beeld geven van voedingtoestand, kwaliteit van leven en inspanningstolerantie. Genoemd kunnen worden: de ziektelastmeter van de LAN (Long Alliantie Nederland), een waarschijnlijk zeer bruikbaar hulpmiddel voor de eerste lijn, de NSCI (Nijmeegs instrument voor nadere ziektelastbepaling,(vooral in de tweede lijn gebruikt) en de BODE-index (een combinatie van de longfunctiewaarde, kortademigheidscore, voedingstoestand en inspanningstolerantie, waarvan de uitkomst in belangrijke mate toekomstige morbiditeit en mortaliteit voorspelt. (zie bijlage 2, Gedeelde zorg, blz. 41)

Daarnaast wordt internationaal steeds meer waarde toegekend aan uitgebreid longfunctieonderzoek als maat voor validiteit, waaronder beoordeling van de hyperinflatie en gastransportstoornis. De zorgstandaard COPD is een uitwerking van deze inzichten. De Landelijke Organisatie Ketenzorg (per 1-1-2014 opgegaan in "Ineen") heeft vervolgens normen gesteld waaraan zorggroepen zouden moeten voldoen in hun ketenzorg.

© 2019 Steunpunt KOEL