5. Diagnose en classificatie

De diagnose astma wordt gesteld bij patiënten die periodiek klachten hebben van dyspneu en expiratoir piepen al dan niet met hoesten. Reversibiliteit na bronchusverwijding bij spirometrie ondersteunt de diagnose en is obligaat voor de diagnose bij patiënten met periodiek hoesten zonder dyspneu of expiratoir piepen. Astmaklachten die optreden tijdens of na inspanning (‘inspanningsastma’) zijn meestal een uiting van slechte astmacontrole. Inspanningsastma dient te worden onderscheiden van kortademigheid door bewegingsarmoede of bij overgewicht of obesitas.

Een normaal spirogram (ten tijde van klachten) en een normale histamine of metacholine provocatietest maken de diagnose astma onwaarschijnlijk .

Astma náást COPD is aannemelijk bij patiënten >40 jaar met een relevante rookgeschiedenis of een andere risicofactor voor COPD én anamnestisch vermoeden van astma gecombineerd met een herhaalde FEV1/FVC ratio kleiner dan het 5e percentiel (van de referentiewaarden), waarbij reversibiliteit (toename van FEV1 > 12% en meer dan 200 ml) na bronchusverwijding de diagnose astma ondersteunt. (zie verder bijlage 4)

Na het vaststellen van de diagnose wordt na een integrale beoordeling met meenemen van de mate van astmacontrole (tabel volgens GINA) de classificatie vastgesteld: licht, matige of ernstige ziektelast. Deze ziektelast wordt bepaald door de mate van astmacontrole en door de kwaliteit van leven. Factoren die hieraan bijdragen zijn o.a.:

 dyspneu (via bijv. MRC)

 conditie en spiermassa

 co-morbiditeit, allergische rhinitis

 adaptatieproblemen bij dagelijkse activiteiten en maatschappelijke participatie

Indien in een of meer van deze gebieden significante problemen zijn (o.a. MRC≥2, gewichtsproblemen, actueel roken e.d.), is er sprake van een meer dan lichte ziektelast.

De ziektelast is bepalend voor de begeleiding en de behandeling (zie verder hoofdstuk 6).

In onderstaand schema uit de NHG Standaard Astma bij Volwassenen 2015 wordt de mate van astmacontrole beschreven.

Classificatie volgens GINA

 

Goede astmacontrole

(alle onderstaande

items aanwezig

Gedeeltelijke

astmacontrole

(1 of 2 van

onderstaande items

aanwezig

Slechte astmacontrole

(alle onderstaande items

aanwezig)

ACQ6 (range 0-6)

< 0,75

≥ 0,75, maar < 1,5

≥ 1,5

Exacerbaties/voorafgaande

12 maanden

0

1

≥ 2

Spirometrie

Normaal

Afwijkende ratio plus

normale FEV1

Afwijkende ratio in

combinatie met reversibiliteit

of afwijkende FEV1

© 2019 Steunpunt KOEL