4.1. Praktijk in kaart brengen

4.1 Praktijk in kaart brengen (bijlage 1+ bijlage 2)

Dit gebeurt op basis van:

 ATC codes medicatie (bijlage 3)

 Al bestaande ICPC-code R96 (Astma)

 Mogelijke ruiters of andere episodes die door de praktijk zelf bedacht zijn.

Van deze mensen wordt vastgesteld op basis van hun dossiergegevens of de diagnose astma bevestigd kan worden. Bij twijfel over de juistheid van de diagnose is aanvullende diagnostiek nodig (bijlage 4). Indien de diagnose in het verleden door de longarts gesteld is, mag deze als valide beschouwd worden.

Vervolgens wordt bij de patiënten met diagnose astma bekeken of zij in aanmerking komen voor inclusie in het ketenzorgprogramma op basis van de volgende criteria.

Inclusie ketenzorgprogramma en DBC:

 Leeftijd 16 jaar en ouder

 Patiënt stemt in met deelname ketenzorg

En er is sprake van minimaal één van onderstaande items:

 Er is geen volledige astmacontrole met alleen incidenteel gebruik van luchtwegverwijders*

 Patiënt rookt (actueel)

* astmacontrole zoals gemeten met ACQ is vaak veel slechter dan zowel arts als patiënt zich realiseren

Exclusie DBC

 Patiënt is onder behandeling van een longarts.

 Er is ernstige comorbiditeit waardoor ketenzorg niet zinvol is.

 Patiënt had volledige controle over zijn astma zonder gebruik van inhalatiesteroïden gedurende minimaal de afgelopen 12 maanden.

© 2019 Steunpunt KOEL