3.1. De huisartsenpraktijk

3.1 De huisartsenpraktijk

3.1.1 Ambitie

Huisarts en POH moeten bepalen welk ambitieniveau zij hebben m.b.t. de astmazorg. Afhankelijk van de ambitie kan een groter deel van de zorg in eigen beheer worden uitgevoerd.

3.1.2 Praktijkorganisatie

1. Basis van zorg in de huisartsenpraktijk is het scenario van huisarts en praktijkondersteuner/verpleegkundige. Andere zorgscenario’s (b.v. huisarts en longverpleegkundige) moeten inhoudelijk aan dezelfde norm kunnen voldoen.

2. De praktijkondersteuner moet binnen de praktijk voor voldoende uren kunnen worden vrijgemaakt om de werklast m.b.t. astmazorg aan te kunnen. Een richtlijn hiervoor is per normpraktijk:

Intensieve, initiële fase (70% van de astmapopulatie):

4 consulten per jaar (waarvan 1 bij de huisarts), excl. stop roken, max. 2x spirometrie met reversibiliteit

Stabiele fase (30% van de astmapopulatie):

- 1e jaar 2 consulten, incl. 1x spirometrie met eigen medicatie

- 2e jaar 1 consult, incl spirometrie met eigen medicatie

Instabiele fase

Zie de intensieve fase

In de aanvangsperiode zal deze belasting groter zijn.

3. De praktijk moet beschikken over een aparte werkruimte voor de praktijkondersteuner. Indien spirometrie in eigen beheer wordt uitgevoerd, dient er een spirometer met grafische curve aanwezig te zijn en de systematiek voor goede beschikbaarheid van de resultaten in de praktijkvoering. De meter moet goed geijkt zijn en de protocollen zijn in de praktijk aanwezig.

4. De werkruimte van de praktijkondersteuner dient te beschikken over de meest recente voorlichtingsmaterialen en inhalatoren en tevens over een geijkte weegschaal en lengtemeter.

5. Er is een spreekuursysteem dat de consulten zoals genoemd in volgende hoofdstukken mogelijk maakt, met oproepsysteem en voorziening voor oproep bij verzuimde contacten.

6. Er zijn vaste overlegmomenten tussen POH en huisarts. Deze zijn zowel gericht op consultbespreking als op structuurbewaking.

7. In een groep met meerdere huisartsen zal tenminste een van de huisartsen zich voldoende specialiseren in astmazorg zodat deze arts de POH adequaat kan aansturen.

8. Huisarts en POH zullen de organisatie van hun astmazorg periodiek laten toetsen door een kwaliteitsmedewerker/ gespecialiseerd verpleegkundige vanuit de zorggroep. Gestreefd wordt naar een onafhankelijke consulent.

3.1.3 Automatisering

Registratie zal overal plaatsvinden middels astmamodules in de HIS/KIS systemen.

3.1.4 Indicatoren

Het gebruik van indicatoren is in de astmazorg zeker op het gebied van uitkomsten nog onduidelijk. Wij conformeren ons aan de indicatoren van de Cahag.

3.1.5 Competenties

1. POH en huisarts hebben kennis van NHG standaard en de Astma zorgstandaard en zijn in staat inhoudelijke delen van deze protocollen te hanteren.

2. POH en huisarts hebben voldoende kennis en vaardigheid om spirometrie voldoende te kunnen beoordelen dan wel deze op verantwoorde wijze uit te besteden. POH en huisarts die spirometrie in de eigen praktijk uitvoeren moeten het certificaat van een doorlopen Caspir of gelijkwaardige opleiding kunnen overhandigen.

3. POH is in staat het astmaconsult te voeren volgens de principes van motiverende gesprekstechniek.

4. POH is in staat met de patiënt streefdoelen te bepalen en te evalueren middels een individueel zorgplan.

5. POH is in staat de meetwaardenmodules in het HIS/KIS goed te beheren.

6. POH heeft een geldig certificaat van de praktijkondersteunersopleiding.

7. POH heeft een geldig certificaat met betrekking tot instructie inhalatietechnieken bij aanvang van de DBC en streeft ernaar in het 1e jaar het gevorderdencertificaat in bezit te krijgen. Jaarlijkse herhaling van deze cursus is aan te bevelen.

8. POH heeft voldoende expertise voor SMR-begeleiding.

9. POH en huisarts zullen hun competentieniveau op deze gebieden onderhouden middels scholingen volgens de richtlijnen van de zorggroep.

 

© 2019 Steunpunt KOEL