3. Protocol brandwond

Protocol brandwond

 

Doel

Behandeling brandwond.

 

Werkwijze

 

1. Anamnese

  • Waardoor is de brandwond ontstaan? (hete vloeistof, vlammen, contact heet voorwerp, elektriciteit, chemische stof?)
  • Om hoeveel vloeistof of chemische stof gaat het? Hoe groot was de ontploffing cq. de steekvlam? (kopje thee, pan soep, concentratie chemische stof, steekvlam, ontploffing?)
  • Hoe heet was de vloeistof? (thee net gezet of afgekoeld?)
  • Hoe lang bent u blootgesteld? (contactduur brandende kleding, luiers, ouderen, ongeval)
  • Welke maatregelen heeft u c.q. zijn er al genomen? (direct koelen om schade te beperken)
  • Heeft u rook of andere stoffen ingeademd?
  • Wanneer bent u voor het laatst gevaccineerd tegen tetanus?

 

2. Lichamelijk onderzoek

  • Blaarvorming
    (aanwezig of afwezig, vlak of bol, intact of niet intact. Bij blaarvorming tenminste een tweedegraads verbranding. Tijdens onderzoek kunnen blaren gedebiteerd worden om de huid onder de blaar te beoordelen)
  • Wondaspect
    (wonden kunnen verschillende kleuren hebben en in meer of mindere mate glanzen. Een oppervlakkige tweedegraads verbranding is meestal licht roze glanzend, diepe tweedegraads verbrandingen zijn meestal mat, niet egaal roze maar wolkig, derdegraads brandwonden kunnen wit/geel/bruin, maar ook mat rood zijn)
  • Soepelheid
    (hoe oppervlakkiger de brandwond hoe soepeler)
  • Capillaire refill
    (de capillaire refill van een wond wordt getest door 4 seconden de huid in te drukken en vervolgens te kijken hoe snel de wond weer bijkleurt. In verband met de heterogeniteit van de brandwond moet dit op verschillende plekken beoordeeld worden. Hoe sneller de refill hoe oppervlakkiger de brandwond. Deze test heeft de pin-pricktest en andere sensibiliteitstesten vervangen!)
  • Uitgebreidheid
    (%TVLO, regel van negen)
  • Lokalisatie
    (gelaat (ogen!), gewrichten, hand, perineum)
  • Pijn
    (het gaat hier om de algemene pijnbeleving van de patiënt en niet zoals boven genoemd de lokale sensibiliteit van de wond! Tweedegraads brandwonden zijn zeer pijnlijk, derdegraads brandwonden zijn weinig tot niet pijnlijk als gevolg van beschadiging van de zenuwuiteinden)

 

3. Valkuilen (bij twijfel overleg arts)

  • Elektriciteit
  • Onderkoeling
  • Mishandeling
  • Inhalatietrauma
  • Niet blanke huid
  • Ogen

 

4. Beleid

  • Voor alle brandwonden geldt ten minste 5 maar bij voorkeur 10 minuten koelen, tenzij al gebeurd.
  • Opvang middels ABCDE methode
  • Chemische verbranding: direct 45 minuten spoelen met lauwwarm water.
  • Kleine brandwond: blaren ongemoeid laten, beschermen met pleister of vet gaasverband, pijnstilling. Bij verergering pijn contact huisarts.

Alternatief: blaren doorprikken, blaardak niet verwijderen.

  • Eerstegraads brandwond: na koeling huid vettig houden, pijnstilling. Bij verergering pijn contact huisarts.
  • Tweedegraads oppervlakkige brandwond: Hydro actief verband (bijvoorbeeld Aquacel) op de open wond, niet op de blaren, pijnstilling. Alternatief: gaas geïmpregneerd met siliconencrème. Controle na 2 dagen bij huisarts.
  • Tetanusprofylaxe bij 2e en 3e-graads brandwonden volgens protocol.

 

Overleg huisarts

  • Verdenking 2e-graads brandwond voor beleid

 

Beoordeling huisarts

  • Enkele dagen oude brandwond met geelgroen vocht uit de brandwond of als een brandwond na enkele dagen weer roder en pijnlijker wordt
  • Brandwonden bij kinderen (baby / kleuter) en ouderen
  • Verbrandingen als een gevolg van elektriciteit en chemische stoffen
  • Brandwonden bij slachtoffers met een verminderde weerstand
  • Brandwonden gecombineerd met inhalatie van damp / rook; patiënt rechtop laten zitten
  • Circulaire brandwonden aan hals, thorax en ledematen
  • Brandwonden op kwetsbare plaatsen waar littekenvorming tot vervelende consequenties kan leiden (gelaat, handen, genitalia, gewrichten)

© 2019 Steunpunt KOEL