13. Protocol keelpijn

Protocol keelpijn

 

Doel

Behandeling van keelpijn.

 

Werkwijze

 

1. Anamnese

  • Wanneer is de keelpijn ontstaan?
  • Heeft u pijn bij slikken en/of moeite met slikken?
  • Heeft u moeite met het openen van de mond?
  • Heeft u last van kwijlen?
  • Heeft u last van hoesten?
  • Bent u verkouden (geweest)?
  • Heeft u koorts?
  • Voelt u zich erg ziek?
  • Heeft u het gevoel, dat u steeds zieker wordt?
  • Gebruikt u medicijnen?
  • Bent u verder goed gezond?
  • Heeft u ooit acuut reuma gehad?
  • Heeft u huiduitslag?

 

2. Lichamelijk onderzoek   

  • Algemene indruk
  • Temperatuur
  • Keelonderzoek:

-        exsudaat (beslag/pus) tonsillen en/of farynxboog

-        roodheid tonsillen en/of farynxboog

-        eenzijdige zwelling evt. met verplaatsing huig

-        tong (aardbeientong-> roodvonk)

  • Palpatie lymfeklieren hals
  • Huiduitslag

 

3. Valkuilen

  • Peritonsillair abces

 

4. Beleid

    

Algemeen

Beslisboom

Er is sprake van een milde keelinfectie in geval van:

  • niet ernstig algemeen ziek zijn
  • geen grote pijnlijke lymfeklieren in de hals
  • geen ernstige slikklachten en geen problemen met het openen van de mond
  • geen abnormaal beloop (geen toename van pijn, algemeen ziek zijn en/of slikklachten na 4 tot 7 dagen)
  • geen acuut reuma in de anamnese
  • geen sterk verminderde weerstand

SOH handelt consult af.

© 2019 Steunpunt KOEL