2.8 Behandeling follow up HVZ

Voor een blijvend effect van de niet-medicamenteuze en medicamenteuze behandeling dient een duidelijke follow-up te worden afgesproken. Het controleschema wordt individueel opgesteld, afhankelijk van het risicoprofiel, de (co)morbiditeit en de persoonlijke wensen van de patiënt. Het is van groot belang bij elk contact te informeren naar de therapietrouw (zowel medicamenteus als niet-medicamenteus) en daar bij de behandeling rekening mee te houden. Bij patiënten die roken is het belangrijk het stoppen met roken te bevorderen door hier regelmatig op terug te komen. Samenwerking tussen patiënt, behandelend arts en andere (paramedische) behandelaars is gewenst.

De taakdelegatie in de huisartspraktijk staat beschreven in hoofdstuk 5. (link naar 5.).

Aanbevelingen:

  • Na instelling van de behandeling is ten minste jaarlijkse evaluatie van de therapie gewenst, waarbij tevens wordt nagegaan of er veranderingen hebben plaatsgevonden in het risicoprofiel (bijvoorbeeld roken, SBD, BMI)
  • Vraag naar klachten op cardiovasculair gebied (bv pijn op borst, progressie claudicatioklachten)
  • Bij nierfunctiestoornissen, gebruik van diuretica, ACE-remmers of ARB’s worden ook het serumkalium- en serumcreatininegehalte jaarlijks gecontroleerd
  • Patiënten die voor cardiovasculaire ziekten bij de specialist onder behandeling zijn, kunnen voor het CVRM in de eerste lijn begeleid worden. Dit zou kunnen vanuit het “shared care” principe.
  • Indien patiënten mat hartvaatziekten stabiel zijn, kunnen zij worden terugverwezen naar de eerste lijn.
  • Voor reeds bestaande afspraken tussen eerste en tweede lijn wordt verwezen naar de desbetreffende LTA’s. (link naar bijlagen D. LTA’s)

© 2019 Steunpunt KOEL