2.3 Behandeling medicamenteus

Bij de medicamenteuze behandeling wordt onderscheid gemaakt tussen met patiënten met en zonder HVZ.

Patiënten zonder HVZ met een verhoogd risico op (sterfte aan) hartvaatziekten krijgen antihypertensiva (link naar 2.3.1.) voorgeschreven bij een SBD >140 en cholesterolremmers  (link naar 2.3.2.) bij een LDL >2,5 mmol/l.

Patiënten met HVZ krijgen daarnaast ook trombocytenaggregatieremmers (link naar 2.3.3.) voorgeschreven.

Zie onderstaande tabel.

 

Trombocyten

aggregatieremmer

(link naar 2.3.3.)

 

Statine

(link naar 2.3.2.)

Antihypertensiva

(link naar 2.3.1.)

HVZ

Altijd

LDL> 2,5 mmol/l

of symptomatisch coronair lijden/ doorgemaakt infarct

SBD>140 mmHg

80+ >160 mmHg

Risico ≥ 20%

 

LDL>2,5 mmol/l

SBD>140 mmHg

Risico 10-19%

 

LDL> 2,5 mmol/l

+ extra risicoverhogende

factoren

SBD> 140 mmHg

+ extra risicoverhogende factoren

 In de volgende hoofdstukken wordt eerst de medicatie uitgewerkt naar soort medicatie en daarna naar specifieke patiëntengroep.

© 2019 Steunpunt KOEL