1.2.4.c Glucose

  • Stel de diagnose DM bij
    • Twee nuchtere glucosewaarden boven de afkapwaarde op twee verschillende dagen (> 6,0 mmol/l (capillair) of > 6,9 mmol/l (veneus))
    • Eén randombepaling van het glucosegehalte waarbij een waarde wordt gemeten van > 11,0 mmol/l (capillair en veneus) in combinatie met hyperglykemische klachten. Bij twijfel kan een nuchtere controlebepaling enkele dagen later zinvol zijn.
  • Voor het beleid na vaststelling van de diagnose DM wordt verwezen naar de NHG-Standaard. Diabetes mellitus type 2 (link naar NHG standaard DM2)

© 2019 Steunpunt KOEL