4.4. Terugvalpreventie

Bij voldoende herstel op de behandeling en bij het bereiken van stabiele remissie dient altijd terugvalpreventie plaats te vinden. Terugvalpreventie betreft een of enkele handelingen / gesprekken met individuen die samenhangen met een behandeling die zij hebben ondergaan voor een psychische ziekte, gericht op het voorkomen en/of vroeg herkennen door het individu zelf van terugkeer van de klachten. Terugvalpreventie vormt vaak de laatste fase van de behandeling.

Risicodoelgroepen voor terugval:

  • patiënten met zowel een somatische als psychische aandoening;

  • patiënten met een psychiatrische aandoening;

  • stabiele EPA patiënten;

  • patiënten met een recidiverende chronische psychoses, verslaving, bipolaire stoornis, angststoornis, persoonlijkheidsstoornis

  • depressie en suïcidaliteit in vg.

In de GGZ zijn diverse preventiegroepen mogelijk: overzicht preventiegroepen. Er bestaat ook de mogelijkheid om als POH GGZ een groepsconsult aan te bieden.

Beëindiging behandeling
De behandeling of begeleiding binnen de huisartsenpraktijk wordt in overleg met de patiënt afgesloten als de doelen behaald zijn. Als gebleken is dat de problematiek te ingewikkeld of te ernstig is en een behandeling elders noodzakelijk is, wordt verwezen. Bij kwetsbare patiënten is het zinvol een vinger aan de pols contact af te spreken.

Het is hierbij zinvol onderscheid te maken tussen kortdurende zorg en chronische zorg. Kortdurende zorg is gericht op “genezing” door middel van behandeling, terwijl chronische zorg gericht is op voorkomen van terugval door middel van ondersteuning en begeleiding.

Niet alleen een diagnose is bepalend voor het beleid, maar ook het doel dat nagestreefd wordt. Hierbij is van belang dat patiënt en behandelaar het eens zijn over diagnose, doel en beleid.

© 2019 Steunpunt KOEL