8.1. Hyperglycemische ontregeling

Definitie hyperglycemische ontregeling
Een incidentele verhoging van de bloedglucosespiegel, waarbij zich klachten voordoen als dorst, veel drinken, veel plassen, en klinische symptomen zoals braken.



Oorzaken van een (tijdelijke) hyperglycaemie kunnen zijn:

  • inname van meer koolhydraten dan gebruikelijk
  • te weinig insuline
  • stress
  • bepaalde medicatie
  • intercurrente ziekten

Een hyperglycemische ontregeling kan leiden tot dehydratie, trombo-embolische complicaties en een hyperosmolair non-ketotisch syndroom of  keto-acidotisch coma. Soms kan het nodig zijn om de bloedglucosespiegel buiten het normale insulineschema om te corrigeren. Dit geldt niet in het geval van een consistent patroon, waar bij opeenvolgende dagen op hetzelfde moment een verhoogde bloedglucose wordt geregistreerd. In dat geval moet het insulineregime worden aangepast.

‘Schijnbare ontregeling’ of echte ontregeling?
1. Schijnbare ontregeling door incorrecte meting door:

  • verkeerde strips (serienummer klopt niet met de meter);
  • verlopen strips;
  • de meter is ingesteld op mg/dl in plaats van mmol/l;
  • te weinig bloed op de strip;
  • een vuile meter;
  • een niet-geijkte meter;
  • ongewassen handen.

2. Een echte ontregeling door incorrecte toediening van insuline door:

  • een kapotte insulinepen;
  • verkeerde bediening van de insulinepen;
  • de insuline is niet goed gemengd in geval van NPH-insuline;
  • injectie in spuitinfiltraten.


Bij een hyperglycemische ontregeling zijn maatregelen nodig om verdere stijging van de bloedglucosespiegel en verslechtering van de klinische situatie te voorkomen. Het betreft hier twee maatregelen:

  • toediening van extra insuline, 2-4-6-regel
  • toediening van extra vocht

 

  • bij een glucose > 15 mmol/l: 4 E snel-/kortwerkende insuline bijspuiten
  • bij een glucose > 20 mmol/l: 6 E snel-/kortwerkende insuline bijspuiten
  • glucosecontrole en bijspuiten iedere 2 uur herhalen tot een glucose <15 mmol/l bereikt is
  • ga altijd door met de normale insulinedoseringen



Hyperglycemische ontregeling bij misselijkheid en braken

Bij misselijkheid en braken treedt er snel een tekort aan vocht op, wat weer kan leiden tot een metabole ontregeling in de vorm van een non-ketotisch hyperosmolair coma (bij type 1: keto-acidotisch coma). Daarom: Braken = bellen!

De patiënt moet binnen twee uur contact op nemen met het dienstdoende diabetesteam.

  • kleine beetjes drinken
  • anti-emeticum
  • insulinedosering aanpassen met 2-4-6-regel.

Indien binnen 4 uur na begin van de klachten geen verbetering moet opname voor parenterale vochttoediening en intraveneuze insulinebehandeling overwogen worden.

© 2018 Steunpunt KOEL