8.2. Hypoglycaemische ontregeling

Definitie hypoglycaemie
Een episode met een lage bloedglucosespiegel, die over het algemeen gepaard gaat met symptomen, waarbij deze lage bloedglucoses de persoon schade kunnen berokkenen en waarbij de effecten worden opgeheven door (tijdige) toediening van glucose. Een glucose van 3.5 mmol/l wordt beschouwd als een hypoglycemie.

Classificatie
Er is een classificatie van hypoglycemie waarbij de volgende vormen het belangrijkste zijn:

  1. Asymptomatische hypoglycemie: er zijn geen typische symptomen bij deze vorm, maar de bloedglucose is < 3.5 mmol/l.
  2. Gedocumenteerde symptomatische hypoglycemie: gepaard gaande met typische verschijnselen en een bloedglucose < 3.5 mmol/l.
  3. Ernstige hypoglycemie: er is hulp van anderen noodzakelijk om de lage bloedglucose te compenseren.

Oorzaken van hypoglycemien
Een hypo wordt veroorzaakt door een te sterke insulinewerking ten opzichte van de beschikbare hoeveelheid glucose. De meest voorkomende oorzaken van een hypoglycaemie zijn:

  • bij overschakeling van orale therapie naar insulinetherapie
  • te veel insuline gespoten
  • onvoldoende of te laat eten, of het tussendoortje vergeten
  • (onvoorziene) extra lichaamsbeweging
  • (overmatig) gebruik van alcohol
  • te veel orale bloedglucoseverlagende medicatie
  • nieuwe spuitplaatsen
  • recente hyperglykaemie

Hypoglycemieklachten
Hypoverschijnselen kunnen van persoon tot persoon verschillen. Ook zijn de verschijnselen niet bij één persoon altijd hetzelfde.
De symptomen van een hypoglycaemie zijn de volgende:

  • Honger, beven, zweten, bleekheid, moeite met concentreren, duizeligheid, hartkloppingen, wazig zien, soms hoofdpijn, trillende handen, voeten, lippen of tong. Deze verschijnselen worden veroorzaakt door het stresshormoon adrenaline.Het kan zijn dat de mensen in de omgeving van de patiënt deze verschijnselen eerder opmerken dan de patiënt zelf. De symptomen kunnen bij oudere patiënten afwezig zijn, maar ook bij patiënten met autonome neuropathie en patiënten die (niet selectieve) bètablokkers gebruiken.
  • Wanneer een (lichte) hypo niet op tijd gecoupeerd wordt kunnen de symptomen toenemen omdat de hersenen onvoldoende glucose krijgen (neuroglycopenie). Een ernstige hypo geeft verschijnselen als: grofheid in gedrag, lacherigheid, geïrriteerd zijn of een slecht humeur krijgen, agressief gedrag, vreemd gedrag, verwardheid, sufheid en uiteindelijk bewusteloosheid, Maar ook zijn neurologische symptomen als dubbelzien, dysarthrie, verwardheid, somnolentie en coma mogelijk.




Beleid bij een hypoglycemie
Een hypoglycemie is bij een bloedglucose lager dan 3.5 mmol/l, wordt hierbij de meetfouten van verschillende meters in acht genomen dan kunnen we voor een hogere waarde als 4,0 mmol/l kiezen. Hierbij is het gebruik van extra suiker, suikerbevattende dranken of voedingsmiddelen of dextro/druivensuiker (‘snelle koolhydraten’) geïndiceerd. Suiker wordt immers snel opgenomen in het bloed. Overigens kunnen niet alleen de symptomen van een hypoglycemie, maar ook het effect van extra koolhydraten van patiënt tot patiënt sterk verschillen. Ga er van uit dat de patiënt het meest deskundig is op dit gebied. Overigens is het niet zelden de omgeving (partner, ouder, collega’s enzovoorts) die de hypo als eerste herkent en vervolgens zorg draagt voor de inname van extra koolhydraten. Daarnaast moet de patiënt, wanneer de hypoverschijnselen zijn verdwenen en de bloedglucosespiegel op peil lijkt te blijven, soms toch overgaan op gebruik van ‘langzame’ koolhydraten. Om een snel recidief te voorkomen kan de patiënt bijvoorbeeld een bruine boterham of een paar biscuits eten.

Tips bij hypoglycemie

  • Bepaal bij hypoglycemieverschijnselen altijd de bloedglucosespiegel als dat mogelijk is;
  • Als de bloedglucose < 4,0 mmol/l is adviseer dan om 15-20 gramkoolhydraten in te nemen (6 dextro’s of 4 suikerklontjes)
  • Als de hypoglycaemieverschijnselen ondanks inname van extra koolhydraten aanhouden, moet na 15-20 minuten het bloedglucosegehalte opnieuw bepaald worden
  • Als het bloedglucose dan nog steeds onder de 4 mmol/l is, adviseer dan nogmaals 3 dextro’s of 2 suikerklontjes te nemen
  • Probeer altijd de oorzaak van de hypoglycemie te bepalen( koolhydraten, inspanning, insuline)
  • Adviseer bij ernstige hypoglycemie om de suiker op te lossen in water of twee eetlepels onverdunde (suikerhoudende) ranja te nemen. Vervolgens moeten koolhydraten in vloeibare vorm worden ingenomen, bijvoorbeeld door sinaasappelsap te drinken;
  • Bij nachtelijke onrust, doorweekte lakens of pyjama’s of bij hoofdpijn bij het wakker worden met men bedacht zijn op nachtelijke hypoglycemieen. Dan is het raadzaam de patiënt halverwege de nacht de bloedglucosespiegel te laten bepalen.

Ernstige hypoglycemien
Bij een ernstige hypo waarbij de patiënt ook met hulp niet meer in staat is om koolhydraten in te nemen, is behandeling met 1 mg glucagon (subcutaan of intramusculair) geïndiceerd. De injectie kan door de partner of door de arts worden gegeven. Wanneer er frequent hypo’s optreden is het van belang dat de patiënt thuis beschikt over glucagon. In de dokterstas is glucagon 18 maanden houdbaar op kamertemperatuur, in de koelkast is dat 3 jaar. Glucagon stimuleert de glycogenolyse en geeft na 10 tot 15 minuten effect. Soms is een tweede injectie nodig. De snelste stijging van de bloedglucosespiegel ontstaat door intraveneuze (i.v.) injectie van 40-50 ml van een 50%-glucoseoplossing. Na een succesvolle behandeling met glucagon of intraveneus toegediende glucose met de patiënt onder toezicht aanvullend ‘langzame’ koolhydraten innemen, omdat het optreden van een recidief hypoglycemie tot de mogelijkheden behoort.

© 2019 Steunpunt KOEL