7.3. Behandeling (micro)albuminurie

Jaarlijkse bepaling van de albumine/kreatinine ratio in een urineportie en schatting van de GFR is belangrijk als monitoring bij alle mensen met diabetes mellitus type 2.

Microalbuminurie
Van microalbuminurie (het stadium van de dreigende nefropathie) wordt gesproken bij:
- een verlies in de urine van 2,5 tot 25 mg albumine/mmol kreatinine bij mannen en 3,5 tot 35 mg albumine/mmol kreatinine bij vrouwen in een willekeurige urineportie, of
- 20-200 mg/l bij ochtendurine

Macroalbuminurie
Van macroalbuminurie (manifeste diabetische nefropathie) wordt gesproken bij:
- een albumineverlies van meer dan 25 mg albumine/mmol kreatinine bij mannen en 35 mg                      albumine/mmol kreatinine bij vrouwen in een willekeurige urineportie, of
- > 200 mg/l bij ochtendurine

Onder diabetische nefropathie verstaat men die vorm van nierschade die optreedt bij mensen met diabetes mellitus ten gevolge van de diabetes. Diabetische nierschade gaat bijna altijd gepaard met het ontstaan of bestaan van hypertensie en een toenemende kans op het optreden van hart- en vaatziekten. Uiteindelijk zal ook nierfunctieverlies optreden, leidend tot een terminale nierinsufficiëntie.

Definitie en indeling van chronische nierziekten
Stadium  beschrijving                               GFR (ml/min/1.73m²)

1            met normale nierfunctie              ≥ 90

2            milde nierfunctiestoornis              60-89

3            matige nierfunctiestoornis            30-59

4            ernstige nierfunctiestoornis          15-29

5            (pre)terminaal nierfalen               <15

Streef een zo goed mogelijke glucoseregulatie na om de kans op het ontstaan van micro- en macroalbuminurie zo klein mogelijk te maken.

Wanneer er sprake is van microalbuminurie en met een levensverwachting van minimaal tien jaar wordt (zowel met als zonder hypertensie) de behandeling gestart met een ACE remmer of een AII antagonist (zie overzicht medicatie).

Bij hypertensie wordt behandeld tot de streefwaarden zijn bereikt. Bij aanhoudende microalbuminurie wordt de ACE remmer of AII antagonist opgehoogd tot maximaal verdraagbare dosis.

Omdat de mate van vermindering van het albumineverlies in de urine een voorspellende waarde lijkt te hebben aangaande het uiteindelijke beschermende effect van een ACE-remmer, wordt aangeraden om zo hoog mogelijk te doseren. Echter, naarmate de nierfunctie slechter is, dient een lagere begindosis te worden gehanteerd. Ophogen dient mede te geschieden aan de hand van het beloop van serumKreatinine en –kalium.



N.B.
Bij een eerste te hoge uitslag (bepaald in de ochtendurine) moet deze worden bevestigd door een tweede bepaling.
Bij twee te hoge uitslagen binnen enkele maanden mag men spreken van albuminurie.
Een urineweginfectie moet worden uitgesloten, er mag geen sprake zijn van ontregelde diabetes, koortsende ziekte of onbehandeld hartfalen.

© 2019 Steunpunt KOEL