6.6.2. Sporten

Lichamelijke inspanning bij sporten verhoogt het risico op een hypoglycaemie. Aanpassing van de insulinedosering en gebruik van extra koolhydraten voor, tijdens en na de inspanning verkleint het risico op een hypoglycaemie. Bepaal dus frequent de bloedglucosespiegel.

Op basis van ervaring is het preventief mogelijk de insulinedosering voor het sporten te verminderen. Eventueel kan dan met snelwerkend insuline gecorrigeerd worden na afloop indien nodig (bloedglucose > 15 mmol/l). Soms kan bij mensen met diabetes mellitus type 2 de  bloedglucosespiegel paradoxaal stijgen bij het sporten als er sprake van hoge uitgangswaarden (bloedglucose > 15 mmol/l).

Heeft de patiënt voor het sporten (relatief) veel insuline gespoten, dan is de insulinespiegel hoog tijdens het sporten. De glucoseproductie vanuit de lever wordt geremd, het perifere gebruik van glucose neemt toe en er kan een hypoglycemie ontstaan.

Leidraad voor een advies bij inspanning naar J.E. Heeg, internist te Zwolle.



Praktische adviezen voor insulinegebruik tijdens sporten:

  • frequent bloedglucose prikken.
  • extra koolhydraten innemen, zie tabel.
  • insulinedoseringen aanpassen, zie tabel.
  • bij gebruik van snel-/kortwerkende insuline de dosering vóór inspanning verlagen met 20-50%, afhankelijk van de duur en intensiteit van de sport.
  • zonodig de dosering NPH-insuline of  langwerkend insuline-analoog verminderen als de inspanning ’s morgens vroeg zal plaatsvinden.
  • liever niet gaan sporten bij een initiële bloedglucose > 15 mmol/l, in verband met de paradoxale reactie bij een lage insulinespiegel.
  • houd er rekening mee dat er tot 24 uur na het sporten een hypoglycemische reactie kan optreden door de verhoogde insulinegevoeligheid. Waak er dus voor om met een te lage bloedglucose de nacht in te gaan.

 

© 2019 Steunpunt KOEL