6.6.1. Reizen

Vakanties algemeen

Tijdens vakanties kan er sprake zijn van verminderde of vermeerderde lichaamsactiviteit, andere voeding en etenstijden. Aanpassing hiervan vereist van de patiënt een goede zelfcontrole en zelfregulatie. Ook moet men rekening houden dat bij hogere temperaturen de bloedglucose over het algemeen lager kan worden. Er is een “Douaneverklaring insuline” nodig. Voor het bewaren van insuline:

  • Bij kamertemperatuur 4 weken houdbaar
  • Voorraad in koelkast bewaren, niet tegen vriesvak aan.
  • Houdbaar tot datum op verpakking.
  • Bevroren insuline kan niet meer gebruikt worden, is onwerkzaam geworden.
  • Insuline niet in koffer, maar in handbagage.

Wat moet de patiënt meenemen:

  • Voldoende insuline, insulinepennen en naaldjes
  • Genoeg medicatie
  • Glucagen
  • Extra koolhydraten ( zoet fruit, druivensuiker, zoete frisdrank)
  • Identiteitskaart-insuline
  • Doktersverklaring
  • Verzekeringspolis

Bij lange reizen door de tijdzones kunnen gemakkelijk ontregelingen optreden. Om de risico´s op ontregeling tot een minimum te beperken is er het volgende advies:

  • Volg tot aan het vertrek het normale insulineschema.
  • De reistijd in het vliegtuig wordt overbrugd met een kortwerkende insuline. Iedere 2-3 uur dient de glucose bepaald te worden en zo nodig 4-6 E kortwerkende insuline gegeven te worden.
  • Bij landing direct aanpassen aan de tijd van het land. Bij reizen naar het westen betekent dit dat de dag langer is dan normaal en dat ook de tijd tussen de twee injecties langer dan normaal is.
  • Bij reizen naar het oosten komen de injecties dichter bij elkaar te liggen, er moet tijdig gegeten worden om hypo's te voorkomen.

© 2019 Steunpunt KOEL