5.5. SGLT-2-remmers

In Nederland zijn drie natrium-glucose-cotransporter 2-remmers (SGLT-2-remmers) op de markt:

  • canagliflozine (Invokana®) en canagliflozine/metformine (Vokanamet®)
  • dapagliflozine (Forxiga®) en dapagliflozine/metformine (Xigduo®)
  • empagliflozine (Jardiance®) en empagliflozine/metformine (Synjardy®)

Van dapagliflozine en empagliflozine zijn ook combinatiepreparaten met een dipeptidylpeptidase-4-remmer (DPP-4-remmer) geregistreerd., saxagliptine/ dapagliflozine (Qtern®) en empagliflozine/linagliptine (Glyxambi®).

SGLT-2-remmers zijn geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus type 2 (DM2) bij volwassenen als monotherapie en voor de combinatie met andere bloedglucoseverlagende geneesmiddelen, inclusief insuline. De vergoeding beperkt zich tot de combinatie met metformine en de combinatie met metformine en een sulfonylureumderivaat (SU-derivaat). Canagliflozine en dapagliflozine worden ook vergoed in combinatie met alleen SU-derivaten.

SGLT-2-remmers hebben geen plaats in het medicamenteuze stappenplan voor de behandeling van DM2 volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018).

Werkingsmechanisme

SGLT-2-remmers blokkeren de natrium-glucose-cotransporter 2 die zich bevindt in de nieren. Deze transporter transporteert glucose uit de voorurine terug naar het bloed. Blokkade van deze transporter leidt tot verminderde (terug)resorptie van glucose naar het bloed, waardoor er meer glucose-excretie met de urine plaatsvindt en de bloedglucosespiegel daalt. De werkzaamheid van SGLT-2-remmers is daarmee afhankelijk van de nierfunctie.

Werkzaamheid

SGLT-2-remmers verlagen het HbA1c en veroorzaken een reductie van het lichaamsgewicht en de bloeddruk. De mate van verlaging van HbA1c, lichaamsgewicht en bloeddruk staan beschreven in de afzonderlijke teksten over canagliflozine, dapagliflozine en empagliflozine.

Canagliflozine en empagliflozine zijn superieur aan placebo wat betreft het gecombineerde eindpunt van sterfte door cardiovasculaire oorzaken, niet-fataal myocard infarct en niet-fatale beroerte bij patiënten met een hoog risico voor cardiovasculaire aandoeningen. Meer informatie hierover staat in het dossier cardiovasculaire effecten. Van dapagliflozine is niet bekend wat de cardiovasculaire langetermijneffecten zijn.

Bijwerkingen

De meest voorkomende bijwerkingen van SGLT-2-remmers zijn genitale infecties, urineweginfecties, polyurie/pollakisurie en bijwerkingen als gevolg van volumedepletie, zoals duizeligheid, hypotensie en uitdroging. SGLT-2-remmers geven geen verhoogd risico op hypoglykemieën, tenzij de middelen gecombineerd worden met SU-derivaten of insuline. Registratie-autoriteiten hebben gewaarschuwd voor een verhoogd risico op ketoacidose, waaronder euglykemische ketoacidose. Voor canagliflozine is daarnaast een waarschuwing uitgestuurd over een verhoogd risico op amputaties van onderste ledematen. Er heerst onduidelijkheid over een mogelijk verhoogd risico op tumoren bij gebruik van dapagliflozine, al lijkt een causaal verband op dit moment onwaarschijnlijk.

De praktijk

SGLT-2-remmers worden eenmaal daags oraal toegediend. SGLT-2-remmers worden niet aanbevolen bij patiënten met verminderde nierfunctie. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten bij wie bloeddrukdaling mogelijk risicovol is en bij patienten met een verhoogd risico op ketoacidose.

© 2019 Steunpunt KOEL