5.4. GLP-1-agonisten

In Nederland zijn vijf glucagon-like peptide 1-agonisten (GLP-1-agonisten) op de markt:

  • dulaglutide (Trulicity®)
  • exenatide als dagelijkse toediening (exenatide BID, Byetta®)
  • exenatide als wekelijkse toediening (exenatide QW, Bydureon®)
  • liraglutide (Victoza®) en insuline degludec/liraglutide (Xultophy®)
  • lixisenatide (Lyxumia®) en insuline glargine/lixisenatide (Suliqua®)

Werkingsmechanisme

GLP-1-agonisten (ook wel incretinemimetica of GLP-1-analogen genoemd) zijn bloedglucoseverlagende middelen die ingrijpen op het incretinesysteem. Incretinen (GLP-1 en glucose-dependent insulinotropic polypeptide, GIP) worden in de darmen afgegeven na de inname van voedsel. Incretinen verhogen de glucoseafhankelijke insulinesecretie, onderdrukken de postprandiale glucagonsecretie en vertragen de maaglediging.

GLP-1-agonisten zijn geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus type 2 (DM2) bij volwassenen in combinatie met andere bloedglucoseverlagende middelen. Dulaglutide en liraglutide zijn ook geregistreerd als monotherapie.

Vergoeding

  • Patiënten krijgen GLP-1-agonisten alleen vergoed als ze al behandeld worden met metformine en een sulfonylureumderivaat (SU-derivaat), of metformine en een basaal insuline.
  • Daarnaast moeten patiënten een voldoende hoge Body Mass Index (BMI) hebben
  • Het eerste recept dient uitgeschreven te zijn door een internist.

Effectiviteit

GLP-1-agonisten verlagen volgens een Cochrane review het HbA1c met ongeveer 11 mmol/mol (1,0%) ten opzichte van placebo (Shyangdan, 2011). Daarnaast verlagen ze het lichaamsgewicht. Volgens de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2018) is de gemiddelde gewichtsafname ongeveer 0,5 tot 5,5 kg.

Werkzaamheid

Liraglutide en semaglutide bleken superieur aan placebo wat betreft een gecombineerd eindpunt van cardiovasculaire sterfte, niet-fataal myocardinfarct en niet-fatale beroerte. Exenatide QW en lixisenatide hadden in vergelijking met placebo noch een positief noch een negatief effect op cardiovasculaire uitkomsten.

Bijwerking

De meest voorkomende bijwerkingen van GLP-1-agonisten zijn gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid en diarree. Hypoglykemieën treden met name op bij patiënten die gelijktijdig SU-derivaten of insuline gebruiken.

Er zijn onzekerheden over het risico op cardiovasculaire effecten (in verband met een mogelijk verhoogde hartslag) en schildklierkanker. Daarnaast zijn GLP-1-agonisten in verband gebracht met een verhoogd risico op pancreatitis en pancreascarcinoom. In 2014 concludeerden het European Medicines Agency (EMA) en de Food and Drug Administration (FDA) dat er op grond van het huidige bewijs geen causale relatie kan worden vastgesteld tussen GLP-1-agonisten en pancreatitis en pancreascarcinoom. Wel is er meer (langetermijn)onderzoek nodig voor een definitieve conclusie.

De praktijk

Toediening van GLP-1-agonisten gebeurt subcutaan. Het aantal injecties verschilt per GLP-1-agonist:

- exenatide BID: tweemaal per dag

- liraglutide en lixisenatide: eenmaal per dag

- dulaglutide en exenatide QW: eenmaal per week

Contra-indicaties en interacties

GLP-1-agonisten worden niet aanbevolen bij patiënten met ernstige gastro-intestinale aandoeningen (waaronder ernstige gastroparese). Als er een vermoeden op pancreatitis bestaat, is staken van de GLP-1-agonist noodzakelijk. Bij bevestiging van de diagnose moet de patiënt niet opnieuw met de GLP-1-agonist beginnen.

Aangezien GLP-1-agonisten de maaglediging vertragen, kunnen ze de opname van gelijktijdig oraal toegediende geneesmiddelen beïnvloeden. Dit is met name relevant bij orale geneesmiddelen die een snelle gastro-intestinale absorptie vereisen, die een nauwkeurige klinische controle vereisen of die een nauwe therapeutische breedte hebben.

Bron: Medicijnbalans

© 2019 Steunpunt KOEL