2.5. Stap 4a: tweemaal daags insuline

Stap 4a: tweemaal daags insulineregime en orale bloedglucoseverlagende medicatie.

Directe start van tweemaaldaags insulineregime:

  • Indien er direct met tweemaal daagse toediening gestart wordt, is de begin dosering 12E voor het ontbijt en 6E voor het avondeten.

 Tweemaal daags mixinsuline of NPH

  • Start met mixinsuline 30/70: neem 80% van de totale dagdosis insuline bij eenmaal daagse toediening en verdeel dit over de 2 giften, 2/3 voor het ontbijt en 1/3 voor de avondmaaltijd.
  • Halveer de hoeveelheid insuline de dag voor omzetting naar tweemaal daagse toediening.
  • Tweemaal per week  een dagcurve: preprandiale 4 puntsdagcurve bij een humane mix en een postprandiale 4 puntsdagcurve bij een analoge mix.
  • Breng eerst de nuchtere glucosewaarden onder de 8 mmol/l door aanpassen van de avonddosering mixinsuline en daarna de glucosewaardes overdag door aanpassing van de ochtenddosering mixinsuline.
  • Verhoog de insulinedosering met 2-4 eenheden op geleide van de glucosewaarden; maximaal 2 x per week ophogen.
  • Pas eerst de avonddosering bij het avondeten aan:
    • Bij een nuchtere glucose 8- 10, verhoog met 2E.
    • Bij een nuchtere glucose >10 verhoog met 4E.
  • Pas dan de dosering bij ontbijt aan:
    • Bij postprandiale glucose >10 verhoog met 2 eenheden eventueel met 4E.
    • bij preprandiale glucose > 8 mmol/l, verhoog met 2E, eventueel 4E.
  • SU-derivaten stoppen.
  • Er is geen bovengrens aan het aantal eenheden insuline.
  • Schakel bij persisterende slechte glucoseregeling over op viermaal daags schema. Hiervoor wordt de patiënt doorverwezen naar de diabetesverpleegkundige in de eigen praktijk of wanneer zowel bij huisarts als de POH veel ervaring is met het instellen van patiënten op insuline. Zolang hieraan niet voldaan wordt, worden deze patiënten naar de internist verwezen.
  • Zorg ervoor dat bloedglucose voor de nacht > 8.0 mmol/l is bij verdenking op nachtelijke hypoglycaemien, in normale gevallen kan worden volstaan met een waarde van 6 – 8 mmol/l.

NB:

  • Bij tweemaal daags schema wordt de nuchtere glucosewaarde bepaald door de insulinedosering die de avond tevoren toegediend is; de glucosewaarden overdag worden voornamelijk bepaald door de insuline die voor het ontbijt gespoten is. Dit betekent dat wanneer de streefwaarde voor de nuchtere glucosewaarde (4-8 mmol/l) niet gehaald wordt, de avonddosering aangepast moet worden. En wanneer de streefwaarden gedurende de dag ( preprandiaal 4-8 mmol/l, postprandiaal < 10 mmol/l) niet gehaald worden, dan moet de insuline die voor het ontbijt toegediend wordt aangepast worden.
  • Bij incidenteel verhoogde bloedglucosewaarden kan in sommige gevallen snelwerkende insuline bijgespoten worden, maar het insulineregime hoeft niet altijd aangepast te worden.
  • Bij persisterende ontregeling en of regelmatige nachtelijke hypo’s, overweeg dan een viermaal daags insulineregime.

 

 

© 2019 Steunpunt KOEL