11. Protocol dietetiek

Uitgangspunt

Het uitgangspunt is dat iedere diabetes patiënt recht heeft op optimale zorg door de juiste professionals, zoals verwoord in de Kamerbrief van 14 maart 2014 (zie bijlage 1). Een goede behandeling van diabetes patiënten geeft op langere termijn minder complicaties, daardoor een betere kwaliteit van leven voor de diabetes patiënt en minder beroep op de gezondheidszorg.

De basis voor dit protocol vormt de NDF Voedingsrichtlijn Diabetes 2015, evidence based. Deze richtlijn is in bijlage 2 opgenomen.

De rol van de diëtist is daarbij evident. Immers de diëtist is dé specialist op het gebied van voeding en gedrag in relatie tot ziekte en gezondheid (zie bladzijde 56 van de NDF voedingsrichtlijn).

Voedingstherapie is een belangrijk onderdeel van diabetesmanagement: het is effectief voor het verbeteren van glucose regulatie en het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten. De kwaliteit van leven van mensen met diabetes laat een verbetering zien met  goede voedingstherapie.

Bij de behandeling en begeleiding van Diabetes Mellitus neemt de diëtist  binnen de zorgketen de dieetadvisering/voedingstherapie op zich. In navolgend protocol wordt uiteengezet hoe de dieetbehandeling binnen het zorgplan diabetes  wordt uitgevoerd en welke doelen en kwaliteitseisen gesteld worden aan deze behandeling.


Multidisciplinaire samenwerking:

Op basis van de NDF Voedingsrichtlijn diabetes 2015, hoofdstuk 6, Voedingstherapie is de multidisciplinaire samenwerking als volgt schematisch weer te geven.

 

Zorgmodule Voeding, taken voedingszorg:

 Vaste verwijsmomenten naar diëtetiek

  1. Nieuwe diagnose diabetes type 2
  2. Indicatie  insulinetherapie

Met verwijzing naar bijlage 5 in de NDF Voedingsrichtlijn diabetes 2015, zijn de verwijscriteria naar een diëtist als volgt:

  • Ontregelde diabetes type 2
  • Overgewicht (>BMI 25), obesitas (>BMI 30) en morbide obesitas (>BMI 35)
  • Afwijkend vetspectrum
  • Hypertensie
  • Albuminurie
  • Gastroparese
  • Nierinsufficiëntie, eGFR < 60 mmol

Specifieke doelstellingen voedingstherapie  

Met verwijzing naar hoofdstuk 6 in de NDF voedingsrichtlijn diabetes 2015 zijn de doelstellingen als volgt benoemd:

  • Inname van of streven naar volwaardige voeding
  • Goede afstemming van voeding en bloedglucose verlagende medicatie
  • Beperken van acute klachten van hypo- en hyperglykemie
  • Preventie of uitstel van diabetes gerelateerde complicaties
  • Handhaven of optimaliseren van een gezond lichaamsgewicht
  • Handhaven van een systolische bloeddruk en lipidenprofiel
  • Optimaliseren van glucosewaarden

Zelfmanagement

Volwassenen met diabetes hebben een eigen verantwoordelijkheid in de behandeling van hun aandoening. Naarmate zij over meer kennis, inzicht en vaardigheden beschikken kan deze verantwoordelijkheid worden uitgebreid en wordt adequate zelfzorg steeds meer mogelijk. Hoe beter deze beheerst wordt, hoe meer mogelijkheden er zijn voor een flexibele en meer gevarieerde leefstijl. Van adequaat zelfmanagement is sprake wanneer het individu in wisselende omstandigheden goed voor zichzelf kan zorgen.

De doelstelling van de diëtist is te komen tot een individueel zorgplan. Het gesprek met de patiënt over de behandeling die het best bij hem / haar en zijn / haar situatie past, vormt hiervoor de basis.

De rol van de diëtist in het zelfmanagement richt zich op het in kaart brengen van persoonlijke behoeften op basis van het huidige voedingspatroon, inclusief behoud van plezier dat aan eten wordt beleefd. Voedingstherapie aangepast aan de wensen en behoeften van het individu (budget, religie, cultuur, overtuiging, kennis) en rekening houdend met bijzondere situaties zoals werk, ramadan en vakantie. De diëtist kan de cliënt begeleiden bij het aanleren van praktische vaardigheden voor een juiste verdeling van maaltijden en het maken van gezonde keuzes. Daarnaast speelt de diëtist een belangrijke rol in het motiveren, of gemotiveerd houden, van de patiënt. Als dit uit het individueel zorgplan naar voren komt, kan ook alleen educatie van de cliënt een doelstelling zijn.

Dieetbehandeling bij de diëtist

De voedingsadviezen voor mensen met diabetes mellitus en type 2 zijn gebaseerd op de NDF Voedingsrichtlijn voor diabetes 2015. Zie NDF voedingsrichtlijn Bijlage 4.

-       Mediterrane voedingspatroon

-       Laag koolhydraatdieet

-       Zeer laag koolhydraatdieet

 

De basiszorg van anamnese, diagnose en advies:

-       Vaststellen van de hulpvraag, bespreken motivatie en verwachtingen;

-       Verzamelen van persoonsgegevens (NAW gegevens, leefsituatie, beweging), medische gegevens (ziektebeeld, nevendiagnoses, reden van verwijzing, klachten, medicatie, lab waarden, medische geschiedenis, dieetgeschiedenis);

-       Voedingsanamnese afnemen, waarbij tevens aan bod komt: de attitude ten aanzien van dieetadviezen, de sociale invloed en het vertrouwen in eigen kunnen;

-       Meten en wegen, het bepalen van de buikomvang en mogelijk ook de vetmassa en vetvrije massa; 

-       Diëtistische diagnose vaststellen;

-       Behandeldoelen bepalen en  individueel zorgplan vaststellen samen met cliënt;

-       Verstrekken van informatie over de relatie tussen voeding en risicofactoren en diabetes mellitus;

-       Schriftelijke informatie meegeven, bijvoorbeeld brochures van Zorggroep Haringvliet, Voedingscentrum of Diabetesfonds.

 Indien er sprake is van insulinegebruik

-       Voorlichting geven over de hoeveelheid te gebruiken koolhydraten in relatie tot  insulinegebruik;

-       Het verband uitleggen tussen wisselende hoeveelheden voeding (met name de hoeveelheid koolhydraten), bloedglucosewaarden en insulinedoseringen en het voorkomen van hypo- en hyperglycaemie;

-       Signaleren naar huisarts / POH bij problemen.

 Na het eerste consult:

-       Individueel zorgplan met, indien van toepassing, een dieetadvies;

-       Schriftelijke rapportage aan huisarts in Keten Informatie Systeem (verder genoemd als KIS) van de zorggroep;

-       Indien nodig cliëntenoverleg huisarts en/of POH (multidisciplinair overleg);

-       Schriftelijke informatie / brochures opsturen;

-       Diëtist registreert alle gegevens, afspraken van het individueel zorgplan en voortgang in het eigen elektronische cliëntendossier en het KIS van de zorggroep.

Vervolgconsulten:

-       Bijstellen en aanvullen individueel zorgplan;

-       Evalueren van de voedingsadviezen bij de cliënt (indien van toepassing);

-       Registreren van het effect van de werkwijze;

-       Werkwijze indien nodig bijstellen;

-       Diëtist registreert alle gegevens, afspraken van het individueel zorgplan  en voortgang in het eigen elektronische cliëntendossier en het KIS van de zorggroep.

Op basis van de leef-, woon- en werksituatie van de cliënt en diens hulpvraag kunnen in de vervolgconsulten aanvullende thema’s worden behandeld. Hierbij kunnen de volgende thema’s aan de orde komen:

-       Rol van vetten, zowel onverzadigd als verzadigd

-       Emotioneel, extern en lijngericht eetgedrag

-       Op vakantie gaan of uit eten gaan

-       Sporten

-       Informatie over etiketten

-       Hypo/ hyper

-       Suikervrije producten

-       Hoe om te gaan met moeilijke situaties

-       Koolhydraatvariatiemogelijkheden.


Begeleidingsduur:

Een eerste consult bestaat uit directe tijd met de cliënt en indirecte tijd voor het opstellen van een individueel zorgplan met eventueel een schriftelijk dieetadvies en het maken van een rapportage.

Vervolgconsulten bestaan uit directe tijd met de cliënt en indirecte tijd voor het bijstellen van het behandelplan en het maken van de rapportage. Duur is afhankelijk van de inhoud en de tijd die nodig is voor het gesprek.

Hulp bij het integreren en managen van  diabetes in het dagelijks leven. Inhoud van het gesprek wordt in overleg bepaald afhankelijk van de vragen/knelpunten van de betreffende cliënt.

Het aantal consulten wordt bepaald aan de hand van de te behalen doelen en is niet protocollair vast te leggen. Het inkoopkader van de preferente zorgverzekeraar is uitgangspunt voor het aantal minuten binnen de zorgmodules.

 

 

© 2019 Steunpunt KOEL