10.2.2. CVRM bij kwetsbare ouderen

Hypertensie

Bij kwetsbare ouderen met diabetes mellitus is behandeling met antihypertensiva van belang om het risico te verminderen op hartfalen en cerebrovasculaire en cardiovasculaire incidenten

 

Streefwaarden bloeddruk

Overweeg bij een kwetsbare oudere met diabetes mellitus met een systolische bloeddruk van > 160 mmHg te behandelen tot een verlaging van 10 tot 15 mmHg van de uitgangswaarde en niet lager dan 140-150 mmHg.

Niet behandelen indien:

  • orthostatische hypotensie optreedt (systolische bloeddruk <20 mmHg bij staan)
  • daling van de nierfunctie optreedt (25% van de eGFR),
  • cognitieve functiestoornissen zich voordoen of verergeren

Bij zeer hoge leeftijd zijn nog hogere tensies aanvaardbaar.

Een korte levensverwachting (≤ twee jaar), significante bijwerkingen van de medicatie of patiëntenvoorkeuren kunnen redenen zijn om hogerer streefwaarden te hanteren.

 

Medicatie:

  • ACE-remmers zijn middelen van eerste keuze.
  • Vervang een ACE-remmer door een Angiotensine-II antagonist wanneer een ACE-remmer niet verdragen wordt.
  • Als met de ACE-remming de gewenste daling van de systolische bloeddruk niet wordt gehaald, geef dan een thiazidediureticum of een calciumantagonist erbij.
  • Beperk tot bij voorkeur twee, maximaal drie antihypertensiva.
  • Een lage dosering van twee, maximaal drie antihypertensiva is effectiever dan een hoge dosering van een enkelvoudig gegeven antihypertensivum.
  • Bij gebruik van een ACE-remmer of een Angiotensine-II antagonist , dienen nierfunctie en kaliumgehalte gecontroleerd te worden één tot twee weken na starten van de therapie.
  • Nierfunctie en het kaliumgehalte dienen voorafgaand aan de start van de medicatie te bepaald te zijn/worden.
  • Bij gebruik van een thiazidediureticum  dienen de elektrolyten gecontroleerd te worden binnen een tot twee weken na de start van de therapie, of bij een toename van de dosering en regulier tenminste eenmaal per jaar. Het is van belang de elekrolyten voorafgaand aan de start van de medicatie te bepalen.

 

Lipidenverlagende interventies

  • Bij levensverwachting > twee jaar dient ongeacht de LDLen HDL-cholesterol- en triglyceridenwaarden te worden gestart met een statine met als primair doel het verlagen van het risico op cardiovasculaire problemen.
  • Het toevoegen van fibraten aan statines wordt ontraden, omdat een combinatietherapie niet effectiever is dan monotherapie.
  • Het meten van de lipidenstatus bij kwetsbare ouderen heeft doorgaans geen klinische consequenties.

 

© 2019 Steunpunt KOEL