1.4.1. Kleine controle insulinetherapie

De driemaandelijkse controles kunnen zelfstandig door de praktijkondersteuner worden verricht. Op indicatie wordt de patiënt gecontroleerd door de huisarts en de praktijkondersteuner gezamenlijk.

De praktijkondersteuner informeert:

  • naar het welbevinden
  • naar het optreden van verschijnselen die wijzen op hyper- of hypoglykemie
  • problemen met de compliance wat betreft het voedings- en bewegingsadvies
  • problemen met de compliance betreffende de medicatie

 Controle glykemische instelling:

  • eenmaal per 2-4 weken een 4-puntsdagcurve
  • 3 maandelijks het HbA1c

 Lichamelijk onderzoek:

  • bloeddruk
  • lichaamsgewicht
  • voetonderzoek
  • spuitplaatsen

Bij Simm’s classificatie 2 of 3 is minstens 3-maandelijkse controle van de voet door huisarts, praktijkondersteuner of podotherapeut geïndiceerd in verband met het hoge risico op een (nieuw) ulcus.

 

© 2019 Steunpunt KOEL