1.4. De controlepatiënt met insuline

Bij het implementeren van het protocol in de huisartsenpraktijk wordt bepaald wat de tijdsduur en de inhoud is van de driemaandelijkse controles en de jaarcontroles zoals uitgevoerd door de huisarts, praktijkondersteuner of diabetesverpleegkundige.

Dit wordt vastgelegd in praktijkprotocol werkafspraken DM2.


De tijdsduur van de consulten wordt bepaald door het contract wat de zorggroep heeft afgesloten met de zorgverzekeraar over de functionele bekostiging van de diabeteszorg.

De consulttijd bestaat uit 2/3 tijd voor spreekuurcontact en 1/3 tijd voor registratie (KIS/HIS/afspraak maken etc.).

De huisarts voert jaarlijks 1 controle uit, hetzij de jaarcontrole hetzij de kleine controle na de jaarcontrole.

Als de patiënt de streefwaarden heeft bereikt, kan met minder frequente (zelf)controles worden volstaan. Vaste schema’s zijn daarvoor niet te geven, de frequentie zal afhangen van de fysieke activiteit van de patiënt en het aantal ervaren hypoglykemieën. Ook werkgerelateerde factoren (bijvoorbeeld ploegendienst) kunnen hierop van invloed zijn. Ten minste eenmaal per maand wordt een glucosedagcurve gemaakt. Het HbA1c wordt om de drie of zes maanden bepaald. Als de glykemische regulatie onvoldoende blijft, is mogelijk consultatie van of verwijzing naar een internist geïndiceerd.

© 2019 Steunpunt KOEL