1.3.1.d. Funduscontrole/oogarts

Een snelle verbering van de diabetesregulatie leidt soms tot een (tijdelijke) toename van de diabetische retinopathie. Bij ernstige oogafwijkingen kan deze verbetering leiden tot glasvochtbloedingen. Kennis van de oogheelkundige status van de patiënt is dus van groot belang.

Eventueel moet eerst  behandeld met lasercoagulatie voordat wordt overgeschakeld op  insuline.

  • Is de patiënt vanwege retinopathie onder behandeling van een oogarts dan moet overleg met de oogarts plaats vinden voor intensivering van de behandeling met insuline.
  • Bij langdurig sterk verhoogde glucosewaarden HbA1c > 10% moet de huisarts op de hoogte zijn van de status van de retina voordat de patiënt eventueel wordt ingesteld op insuline. Bij afwijkingen moet worden overlegd met de oogarts.
  • Bij de overige patiënten kan direct worden gestart met de behandeling met insuline. Een beoordeling van de retina dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, wanneer:
    • de patiënt bekend is met een achtergrondsretinopathie, en/f
    • de patiënt al langer dan 1 jaar niet bij de oogarts is geweest

Beoordeling van de fundus kan worden gedaan door de oogarts of met behulp van fundusfotografie.

© 2019 Steunpunt KOEL