1.2.1. Kleine controle

De driemaandelijkse controles kunnen zelfstandig door de praktijkondersteuner worden verricht. Op indicatie wordt de patiënt gecontroleerd door de huisarts en de praktijkondersteuner gezamenlijk.

Bij patiënten die zowel een goed(e) of acceptabel(e) nuchtere bloedglucosewaarde/HbA1c, lipidenspectrum als bloeddruk hebben kan in principe worden volstaan met een 6-maandelijkse controle.

De praktijkondersteuner informeert:

  • naar het welbevinden,
  • naar het optreden van verschijnselen die wijzen op hyper- of hypoglykemie
  • problemen met de compliance wat betreft het voedings- en bewegingsadvies
  • problemen met de compliance betreffende de medicatie

controle glykaemische instelling:

  • Nuchter glucose
  • HbA1c

Wanneer bepaling van de nuchtere glucose lastig is in te passen in de controles van een individuele patiënt, kan ervoor worden gekozen de postprandiale waarde, bijvoorbeeld 2 uur na de lunch, als parameter voor de behandeling te nemen. Dit beleid moet dan bij de betreffende patiënt wel worden gecontinueerd.

Lichamelijk onderzoek:

  • lichaamsgewicht
  • bloeddruk
  • voetcontrole

Bij Simm’s classificatie 2 of 3 is minstens 3-maandelijkse controle van de voet door huisarts, praktijkondersteuner of podotherapeut geïndiceerd in verband met het hoge risico op een (nieuw) ulcus.

 

© 2019 Steunpunt KOEL