1.1.3. Aanvullend onderzoek

1.1.3. Aanvullend onderzoek

Aanvullende diagnostiek en evaluatie gericht op chronische nierschade, retinopathie en voetproblemen.

Bij een eGFR van 45 tot 60 ml/min/1,73m2 (patienten < 65 jaar) en
eGFR van 30 tot 45 ml/min/1,73m2 (patienten> 65 jaar)
de volgende diagnostiek:
urinesediment: op erytrocyten en/of celcilinders
laboratoriumonderzoek: Hb, kalium,calcium, fosfaat, PTH, serumalbumine en albuminurie
Bij aanwijzingen voor een post-renaleobstructie en cystenieren een echografie aanvragen (zie de LTA Diabetes mellitus type 2 en de LTA Chronische nierschade).

Zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen 3 maanden nadat diabetes mellitus is ontdekt, wordt screening op diabetische retinopathie

Voetonderzoek: inspectie van de voeten, met speciale aandacht voor kleur (dubbelzijdige warme, rode voet wijst meer op (autonome) neuropathie, bij een enkelzijdige rode, warme en gezwollen voet dient men te denken aan een acute Charcotvoet, een dieproze/rode tot blauwe verkleuring wijst op een angiopathische/ischemische voet), standsafwijkingen(bijvoorbeeld hallux valgus of klauwstand tenen), drukplekken of eelt, en de aanwezigheid van ulcera en amputaties. Daarnaast wordt met behulp van de Semmes-Weinsteinmonofilamenten sensibiliteitsonderzoek verricht naar de aanwezigheid van neurologische stoornissen. Er is sprake van sensibiliteitsverlies als de patient het 10-grams Semmes- Weinstein-monofilament, geplaatst op een van deze plaatsen niet voelt: hallux, MTP-1 en MTP-5.43,44. De huisarts
palpeert beide voetarterien. Bij afwezigheid van beide pulsaties (aanwezigheid van een pulsatie wordt als normaal beschouwd), wordt eenvoudig Doppleronderzoek verricht.
Indien monofasische tonen worden gehoord (bi- of trifasische tonen zijn normaal), wordt de enkel-armindex
bepaald.
Op grond van de bevindingen wordt het risico op ulcera met behulp van de gemodificeerde Simm's classificatie geclassificeerd.

Zie 1.2.3. Voetonderzoek

© 2019 Steunpunt KOEL